Turfwinning | van moeras naar brandstof
Als je rondfietst rond De Leughte, dan kun je het je amper voorstellen. Hier lag vroeger een enorm moerasgebied, waar veen groeide. Lees over dit veen en de ontginning ervan.
Laagveen ontstaat in natte, laaggelegen gebieden waar water slecht weg kan stromen, zoals oude rivierdelta’s, beekdalen en kustvlakten. Door de hoge grondwaterstand groeien er planten als riet, zegge, gras en veenmos. Wanneer deze planten afsterven, komen ze onder water terecht. Door het zuurstofarme milieu verteren ze nauwelijks. Het plantenmateriaal hoopt zich daardoor langzaam op als veen. Dit proces verloopt zeer traag, gemiddeld ongeveer 1 millimeter per jaar. Het water dat laagveen voedt is rijk aan mineralen, afkomstig van rivieren of grondwater. Dit laagveen werd later afgegraven voor turfwinning.
De turfwinning in de Gelderse Vallei speelde een belangrijke rol in de economische en landschappelijke ontwikkeling van het gebied, vooral tussen de 15e en 18e eeuw. De vallei was van nature een laaggelegen, nat gebied tussen de stuwwallen van de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug. Door de hoge grondwaterstand ontstonden hier uitgestrekte veengebieden, waaronder het Rhenense veen, Doesburgse veen (Ede), Manense venen (Ede) en het gebied rond Ederveen, Renswoude en Veenendaal.
Turf, gedroogd veen dat als brandstof werd gebruikt, was in die tijd een belangrijke energiebron. De winning begon kleinschalig, maar groeide uit tot een grootschalige activiteit. Om het veen beter te kunnen ontwateren en de turf te vervoeren, werd in 1473 de Grift gegraven, een kanaal dat deels gebruik maakte van het bestaande riviertje de Kromme Eem. Dit kanaal had een dubbele functie: het afvoeren van water uit het veen en het transport van turf naar steden zoals Amersfoort en Utrecht.
De turfwinning leidde tot het ontstaan van nederzettingen, waarvan Veenendaal het bekendste voorbeeld is. Rond 1546 werd het dorp gesticht in het hart van het veengebied, als woonplaats voor veenarbeiders. Het dorp groeide langs de Grift en kreeg een kerk op een zandheuvel, de huidige Oude Kerk. Veenendaal was lange tijd verdeeld tussen het Sticht (Utrecht) en het hertogdom Gelre, wat leidde tot bestuurlijke versnippering. Ook Renswoude en Ederveen lagen in of nabij de veengebieden en speelden een rol in de turfproductie en het transport ervan.
Door oorlogen en godsdiensttwisten raakte de Grift in verval, maar na de verovering van Gelre door Karel V in 1543 werd de turfwinning hervat. De veencompagnieën kregen toestemming om opnieuw te vervenen, en het kanaal werd hersteld. In latere eeuwen liep de turfproductie terug door uitputting van de veengebieden en de opkomst van steenkool als alternatieve brandstof
Wil je hier meer over weten? Bezoek dan Stadsmuseum Veenendaal | 11,7 km. [ website ]
De Bisschop Davidsgrift bij Veenendaal in 1909 (links); loopt van rechtsonder naar Veenendaal toe. Rechts hetzelfde gebied, maar dan nu. De smalle langgerekte stroken weiland zijn kenmerkend voor veenafgravingen. De veen moest per boot kunnen worden afgevoerd. (c) www.topotijdreis.nl
Foto's: (c) Allard Bijlsma.