Barneveld is hét kippengebied van Nederland
Rond De Leughte zie je overal grote schuren en die zitten bijna allemaal vol met kippen. Die worden deels gehouden voor de eieren en deels voor het vlees. Vooral in de wintermaanden zie je ze weinig buiten, in verband met het gevaar van besmetting met de vogelgriep. Wil je meer weten over de kippenhouderij, bezoek dan het [ Pluimveemuseum ] in Barneveld.
De historie van de kippenteelt rond Barneveld is nauw verweven met de ontwikkeling van het dorp zelf en heeft Barneveld internationale bekendheid gegeven. Het gebied geldt al meer dan een eeuw als het centrum van de Nederlandse pluimveehouderij. In de 18e en vroege 19e eeuw was Barneveld een arme streek op de Veluwe. De zandgronden waren weinig vruchtbaar en boeren combineerden akkerbouw met bijverdiensten zoals schapenhouderij en huisnijverheid. Kippen werden toen vooral hobbymatig gehouden, meestal los rond het erf, voor eigen eieren en vlees. De echte doorbraak kwam in de tweede helft van de 19e eeuw. Door de groei van steden als Amsterdam en Rotterdam nam de vraag naar eieren sterk toe. Barneveld bleek hiervoor ideaal: de centrale ligging, de komst van de spoorlijn (1863) en de beschikbaarheid van restproducten uit de landbouw maakten grootschaliger kippenteelt mogelijk. Boeren ontdekten dat eieren een betrouwbare inkomstenbron waren, zelfs op arme grond.
Rond 1900 ontwikkelde zich een gespecialiseerde eierhandel. Barneveldse handelaren kochten eieren op bij boeren in de wijde omgeving en verkochten die door in binnen- en buitenland, vooral naar Engeland en Duitsland. In deze periode ontstond ook de beroemde Barneveldse kip: een ras dat bekendstond om zijn goede eiproductie en karakteristieke donkerbruine eieren. Dit ras werd een belangrijk exportproduct en droeg sterk bij aan de naam van Barneveld. In het begin van de 20e eeuw professionaliseerde de sector verder. Er kwamen broederijen, eierpakstations en pluimveeorganisaties. Ook onderwijs speelde een rol: Barneveld kreeg vakopleidingen en voorlichting gericht op moderne pluimveehouderij. Het dorp groeide uit tot een kenniscentrum voor kippenhouderij.
Na de Tweede Wereldoorlog veranderde de sector ingrijpend. De kippenteelt werd steeds intensiever en grootschaliger, met legbatterijen, speciaal fokmateriaal en geoptimaliseerde voeders. Barneveld bleef een spilfunctie houden, niet alleen met bedrijven maar ook met toeleveranciers, onderzoek en handel. Tegelijk verdwenen veel kleine boerenbedrijven. Vanaf de jaren 1990 en 2000 kwam er meer aandacht voor dierenwelzijn, milieu en volksgezondheid. De sector schakelde deels over op scharrel-, vrije-uitloop- en biologische systemen. Ook in en rond Barneveld leidde dit tot veranderingen in bedrijfsvoering en soms tot maatschappelijke discussies.
Vandaag de dag is Barneveld nog steeds bekend als “kippenhoofdstad van Nederland”. Hoewel het aantal kippenbedrijven is afgenomen, is de regio belangrijk gebleven als centrum voor kennis, handel, innovatie en geschiedenis van de pluimveehouderij. Musea en lokale initiatieven houden dit verleden levend en laten zien hoe een arme Veluwse streek dankzij de kip economische betekenis kreeg.
Video's
Over machines voor de verwerking van eieren
Waar komen de legkippen vandaan?
Eierenveiling in Pluimveemuseum
Kijkje bij een pluimveeboerderij