Heidevelden | de heide als mestmotor


Tot 100 jaar terug vond je rond Lunteren en Ede overal heidevelden. Zandgronden in Gelderland, Drenthe, Overijssel en Brabant waren van nature erg voedselarm. Zonder kunstmest (die pas rond 1900 verschijnt) konden boeren alleen overleven door een slim, eeuwenoud systeem dat heide, schapen en een potstal combineerde. Lees hier hoe dat werkte.


Schaapskooi Eder Heide

Schaapskooi Ginkelse Heide

Dat systeem noemen we het plaggenstelsel of de potstalbemesting. Boeren haalden op de heide plaggen: dunne zoden van heide, gras en mos. Deze laag bevatte organisch materiaal maar weinig voedingsstoffen. De heide groeide langzaam, dus het afsteken van plaggen was arbeidsintensief en kostbaar. De plaggen dienden niet als mest op zichzelf, maar als strooisel in de potstal. Een potstal is een stal met een verdiepende vloer. Hierin legden boeren: Heideplaggen als bodembedekking, Schapen, koeien en jongvee erop, Dagelijks nieuwe lagen plaggen erop. Door: mest (urine + vaste mest), warmte, bacteriële afbraak en het voortdurend intrappen door het vee ontstond een dikke, zwarte, vruchtbare laag: potstalmest. Deze laag kon wel 1 meter per jaar groeien. De potstalmest werd in het voorjaar met kruiwagens naar hoger gelegen akkers gebracht, vooral de es of eng. Door eeuwen van herhaling ontstond een donkere, metersdikke voedselrijke laag: de plaggendekbodem of enkeerdgrond, Deze gronden zijn vandaag nog steeds herkenbaar: hooggelegen akkers met donkere, humusrijke grond te midden van lichtere zandbodems.

Het systeem werkte alleen als: er genoeg heide was, er genoeg schapen waren (vaak kuddes van 200–400) en de plaggenwinning in balans bleef met natuurlijke aangroei. Heide was dus onmisbaar. Zonder heide → geen plaggen → geen stalstrooisel → geen mest → geen landbouw. Toen kunstmest rond 1900 opkwam, werd heide minder nodig; veel heidevelden werden toen ontgonnen en veranderden in landbouw- of bosgrond. Rond De Leughte werd er bos op aangeplant. 

In een paar gebieden in de buurt vind je nog steeds uitgestrekte heidevelden, zoals bij Ede. Hier lopen ook nog twee schaapskuddes rond en nog steeds ontstaat er hier een dikke laag mest in de schaapskooien en die wordt ook nog steeds gebruikt voor het bemesten van het omliggende land. Ik heb diverse [ wandelroutes ] uitgezet op beide heidegebieden: 'Mechelse kuil',  'Heidebloemplas' en 'Kogelvangers'..

De Eder Heide

Ginkelse Heide



Schaapskooi nabij De Leughte

Ook rond Renswoude vind je nog oude schaapskooien. Kuddes trokken over de gras- en heidevelden in de buurt en moesten 's avond terug zijn in de schaapskooi, om de poep van de schapen te kunnen opvangen. In de ochtend trok de kudde dan weer weg. In een jaar tijd vulde de schaapskooi zich met stro en mest. In het voorjaar zaten de schapen vaak zo hoog, dat ze tegen het plafond aan lagen ... Vlakbij de Leughte, aan de Barneveldsestraat 34 vind je deze schaapskooi nog, als je op weg gaat naar Renswoude:

Foto's: Allard Bijlsma.


Text auf Deutsch

Text in English